AMS-ICN: intercontinentaal reizen in coronatijden

Na mijn vertrek uit Zuid-Korea in 2015 en daarna vele bezoeken aan het land heb ik inmiddels alweer een tijdje mijn eigen vaste plek in het land. In het begin van het jaar wilde ik een tripje maken naar Nederland om het een en ander te doen en gezien de coronacrisis al in volle gang was aan deze kant van de wereld was het eigenlijk wel prettig om er even tussenuit te knijpen. Dit was eind februari. Eenmaal daar stelde mijn terugreis uit omdat me het beter leek maar even te blijven waar ik was, maar toen sloeg de poep tegen de ventilator, zoals ze dat in het Engels zo mooi zeggen, en werd de hele situatie alleen maar beroerder. Genoeg afgewacht, ik ga terug naar huis in het midden van een tijd waarin de luchtvaart voor meer dan 90% plat ligt. Mazzeltje: wel blijft KLM vliegen op Seoul. Een persoonlijk verslag van een bijzondere reis van Nederland naar Zuid-Korea, een land die strenge regels heeft ingesteld om de crisis – met succes – in de hand te houden.

Fase 1: de trein de auto
Normaal gesproken zou ik per trein naar Schiphol reizen. Behalve dat ik het sowieso al geen fijn idee vond om de trein in te gaan met deze omstandigheden heeft de NS ook nog eens zijn dienstregeling flink aangepast. Meer dan een uur en een overstap extra, een mooi extra excuus dus om deze fase over te slaan en me per auto af te laten zetten.

Fase 2: aankomst op Schiphol
Niemand neemt afslag Schiphol. Een paar vogels zijn de enige levende wezens die het normaal zo drukke wegdek voor de vertrekhallen bevolken. Uitgestorven is een understatement. Natuurlijk, ik heb wel eens vliegvelden gezien in de vroege of late uurtjes, op tijden waarop de winkels dicht gaan, op tijden waarop vluchten net beginnen of zo’n beetje afgelopen zijn voor de dag. Maar dit is toch echt een hele andere sfeer. Het is een uur of zeven in de avond, de zon schijnt nog volop en bovendien is het normaal gesproken ook nog eens spitsuur. Binnen zijn ook de hallen verlaten. Een paar mensen in blauwe KLM-outfits wachten her en der. Een paar Koreanen staan bij de balie, die wordt afgeschermd met plastic. 39 passagiers worden verwacht, laat ik me vertellen door de medewerkster. Dit is een beetje het gevoel van het winkelcentrum in Dawn of the Dead, maar dan zonder zombies (vooralsnog). Personeel van het vliegveld en van de Albert Heijn kijkt per telefoon naar de persconferentie van de minister president, zo goed als alle andere winkels zijn dicht, bijna nergens zie je passagiers.

Fase 3: vertrekken van Schiphol
Overbodig om te zeggen dat er geen rijen zijn. Dat de mensen bij de security een stuk minder te doen hebben en dat het ook achter de beveiliging een dooie boel is. De vlucht naar Korea is de enige vlucht nog deze avond, twee vluchten naar Dublin en een vlucht naar Moskou zijn volgens het informatiebord geannuleerd. Ik ben een van de 39 passagiers op een gigantisch vliegveld. Toch hebben de medewerkers van KLM nog iets extra’s te doen.

De papierwinkel begint hier. Bij een eerste controle wordt onderzocht of ik een geldig visum heb voor Korea. Het land heeft een dag eerder visumvrij reizen verboden, dat betekent dat alleen burgers en visumhouders nog naar Korea kunnen. Na een goedkeuring krijg ik een stickertje op mijn paspoort en een document waarop ik moet verklaren dat ik geen symptomen heb of in contact ben geweest met een besmet persoon. Voor het instappen wordt mijn temperatuur gecheckt.

 

Fase 4: de vlucht
De bedoeling is dat er tenminste een rij stoelen voor je en achter je leeg blijft, en uiteraard dat er niemand naast je komt te zitten. Dat is makkelijk met een bezetting van minder dan 20 procent. Er ligt een zak met wat flesjes water en snacks klaar zodat het personeel daarvoor niet langs hoeft te komen. Slapen met een mondkapje op is niet te doen, dus ik blijf vooralsnog mondkapjesloos en ga liggen over drie stoelen. Conclusie: afradertje. Al snel doet alles zeer, languit in de stoel met het hoofd in de hoek werkt een stuk beter. Ik sla de maaltijden over – ik dacht dat er niks zou komen, maar die maaltijden worden wel aangeboden – het is immers nacht.

 

 

Fase 5: aankomst op het vliegveld van Incheon
Schiphol en Incheon hebben iets gemeen: met om en nabij de 70 miljoen passagiers per jaar zijn het zijn twee bijna even drukke vliegvelden. Ook op Incheon was het aantal passagiers al gekelderd, en nu ze het visumvrij reizen tijdelijk hebben verboden zijn het er nog maar een paar duizend per dag. Ook het gigantische Incheon is dus met een procent of vijf van de normale drukte een spookvliegveld geworden.

 

De grote papierwinkel begint al snel. Mondkapjes moeten op – wie er geen heeft krijgt er een – en dan is het eerste checkpoint de temperatuurcheck. In tegenstelling tot Schiphol heeft Incheon altijd al een gezondheidscheckpoint gehad, dit zijn hokjes waarlangs je langs infraroodcamera’s loopt die worden gemonitord = door de persoon die er gestationeerd is. Ze zijn vooral alert op vluchten van plekken waar een of andere uitbraak is geweest, zoals MERS, ebola of de Mexicaanse griep. Het is nu de plek voor de eerste check voor alle vluchten. Daarna moeten we de app installeren, die met een code wordt gevalideerd. Vanaf nu kunnen we per GPS worden gevolgd en moeten we tweemaal daags invullen of we koorts hebben, hoesten of keelpijn hebben.

Een volgende checkpoint wordt bemand door dienstplichtige jongens uit het leger. Weer een formulier met alle persoonlijke gegevens gaat op een stapel. Dan volgt immigratie, die eveneens een extra formulier inneemt. Achter de immigratie ligt de bagagehal, waar de koffers niet op de band liggen maar al klaar staan, het is immers maar een trosje en de moeite van de bandprocedure niet waard. De douane is de tot nog toe de meest luie partij in dit proces: het douaneformulier mag in een bakje en er wordt niet direct op gekeken (maar ze weten waar mijn huis woont, mocht ik iets geks ingevuld hebben).

Normaal gaan dan de schuifdeuren open en is het lang leve de vrijheid. Maar vandaag niet. Afzetlinten daar leiden me langs nog een tafel, nog een formulier. Dan komt er iets geks dat ik niet verwacht. Koreaanse burgers gaan vanaf dit punt met bussen naar het gezondheidscentrum in hun deelgemeente om een coronatest te doen en dan thuis gelijk in isolatie te gaan. Buitenlanders, ook al hebben die een visum, gaan een andere kant op.

 

Fase 6: testen
Buiten staan tenten opgesteld waar de coronatest wordt afgenomen. Eerst weer een velletje papier met al mijn gegevens, de vrijwilliger wil nogmaals mijn temperatuur afnemen, maar de batterij van zijn thermometer is leeg. Na mijn twee eerdere temperatuurchecks gelooft hij het eigenlijk ook wel. Vrouwen in pakken staan klaar voor mijn test. Er gaat een lange staaf via mijn neus mijn keel in, en dan volgt er nog een uitstrijkje uit mijn keel. Mijn kokhalsreflex is nogal gevoelig dus ik hoest, waarschijnlijk op de gezichtsbeschermer van de testafnemer. Er wordt gelachen en niettemin lukt het.

 

 

Fase 7: de isolatiefaciliteit
Nu naar huis met die bussen dan? Neen. Buitenlanders moeten het testresultaat afwachten in ‘een overheidsfaciliteit’ in Cheonan, zo’n twee uur rijden vanaf het vliegveld. Het betekent dat ik samen met een aantal andere buitenlandse reizigers van mijn vlucht daar een nacht moet blijven. Dat blijft toch apart omdat het coronavirus volgens mij geen onderscheid maakt tussen nationaliteiten en je juist eerder zou denken dat Koreaanse burgers geen vaste verblijfsplaats hebben in het buitenland dus nog meer in het wild aldaar hebben rondgelopen. Of is er een ander probleem met buitenlanders? Niet te vertrouwen misschien omdat er al eens in het nieuws werd bericht van een Brit die de hort op ging terwijl hij in thuisisolatie zat? Ik weet het niet, maar heel verrassend is het ook niet. Het is nog maar een paar jaar geleden dat het door een rechtbank onrechtmatig is verklaard dat Korea eiste dat iedereen die een werkvisum aanvraagt een HIV-test moest doen. Dat buitenlanders een mogelijk besmettingsgevaar zijn is een oud stukje psychologie, een tribale angst dat je ook in een moderne democratie niet in één keer eruit haalt.

 

Maar vooruit, ik doe uiteraard alles wat mij wordt verteld. Met de anderen ga ik de bus in. Een paar nationaliteiten die ik opmerk gezien iedereen het hardop moet zeggen tegen de vrijwilliger: een Brit, een Italiaan uit Engeland en een paar sportieve Portugezen. Die sportieve Portugezen blijken veel later de bondscoach en zijn gevolg te zijn. Dit merk ik pas als we de volgende dag weer vertrekken en iedereen met de man op de foto wil. Ook de bondscoach moet net als ik bij aankomst weer wat papierwerk invullen, we doen dat een beetje op een kluitje tussen een groep in witte pakken gehulde vrijwilligers. De ‘overheidsfaciliteit’ blijkt een jeugdcentrum te zijn, een behoorlijk groot complex met een scoutingsfeertje. Nu ben ik nooit in de buurt van iets van scouting geweest, maar dat beeld ik me zo in. In het gebouw zijn slaapkamers, Koreaanse stijl, waar we in worden gezet. Naar buiten gaan is uiteraard verboden. Het is een lege kamer met matjes waarop we moeten slapen. We krijgen wat snacks en een afgekoelde magnetronmaaltijd. Gelukkig is dit Zuid-Korea en is er overal dikke vette wifi, ook met mijn laptop gepositioneerd op de nogal warme vloer lukt het om nog wat werk dat ik moest doen af te ronden.

Fase 8: van jeugdcentrum naar huis
De volgende ochtend meer voedsel. Om een uur of 8 weer eten en om 11 nog eens, allemaal spul van de gemakswinkel (inclusief een zakje koffiechips, ja, chips met koffiesmaakt) en juist niet de Koreaanse keuzes, waarschijnlijk met het idee dat die buitenlanders geen zin hebben in kimchi met rijst zo vroeg in de ochtend (MAAR IK WEL, maar goed). Ze komen langs met de testuitslag, die is gelukkig, zoals toch wel een beetje verwacht, negatief. Ik vraag of de rest van de gisteren gearriveerde mensen ook negatief getest zijn en ze zegt ja. Bij vertrek zie ik aan de overkant een kamer die helemaal is afgeplakt en twijfel of ze m’n vraag wel goed heeft begrepen, of misschien was die kamer eerder al afgeplakt…

Beneden leveren we de sleutels in en hebben we twee keuzes. Of iemand komt je ophalen, of je gaat met de bus terug naar het vliegveld, waar je dan weer de bus naar Seoul kan nemen. Het wordt de laatste optie, een flinke omweg, maar dat is niet anders. Op het vliegveld aangekomen verwarring. Voor het eerst stap ik ergens uit zonder dat er een troep mensen klaarstaat om je verder te begeleiden. Ik loop maar in de richting van de bussen en metro. De ingangen van de metro zijn afgezet en je moet de bussen nemen waar alle arriverende mensen mee naar huis moeten. Bij de buskaartjes checken ze mijn aankomstdatum en snappen niet zo dat ik een dag eerder was aangekomen. Ook zij waren net als ik dus onwetend over die speciale behandeling voor buitenlanders. Dit herhaalt zich als ik met de bus naar mijn deelgemeente ga. De bus stopt bij het gezondheidscentrum waar we bij een tent buiten moeten wachten. Ik vul braaf weer een formulier in, maar dan gaat er iets dagen. Is dit geen testtent? Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Ik laat mijn testpapieren zien en opnieuw verbazing. Maar goed, dan hoef ik niet nogmaals een test.

Het laatste stukje. Ik moet een klein busje in met nog vier man die bij me in de buurt wonen. Dit is gedurende het hele proces het moeilijkste stukje wat betreft de anderhalve meter afstand. Maar we zitten stil, hebben allemaal maskers op en er wordt niet gehoest of geproest. Ik word – als één na laatste – aan het eind van mijn straat afgezet en loop tussen het publiek dat buiten van de zon geniet het laatste stukje naar huis. De deur gaat dicht.

Fase 9: twee weken thuis
Het is zo’n 24 uur nadat het vliegtuig op Incheon landde en heb nog zo’n twee weken te gaan zonder naar buiten te mogen. De Koreanen nemen geen risico en dat wordt me vaak zat duidelijk gemaakt. Ik werd in de bus gebeld door iemand van het gezondheidscentrum, iemand wiens telefoonnummer ik had opgegeven als noodcontact werd ook gebeld om het nog eens duidelijk te maken. Snel krijg ik een sms van het buurtcentrum, waar vrijwilligers bereid zijn om boodschappen voor me te doen. Aardig, maar ik red het wel met online winkelen – een nationale sport in dit land. Thuiswerken deed ik altijd al, dus ook wat dat betreft is mijn leven niet wezenlijk anders. Maar twee weken helemaal niet naar buiten en helemaal geen contact, dat is wel nieuw. Buiten wordt het leven inmiddels steeds losser. Korea heeft nooit de boel gesloten, maar ook de gesloten plekken zoals fitnesscentra en bepaalde uitgaansgelegenheden die eerder vrijwillig sloten gaan weer open. Kerken geven anderhalvemeterdiensten. Korea meldt elke dag trots dat er slechts een besmetting of tien bij komen, ik kan vanuit huis aankijken of dat nummer flink op gaat lopen met de versoepeling, of dat de situatie daadwerkelijk goed onder controle is, en ik over twee weken de deur uit kan om samen met iedereen weer lekker normaal te doen.