Steeds weer laten we Noord-Korea hun spelletje winnen

“De VS zal verrassingspakketten blijven ontvangen zolang er roekeloze provocaties blijven komen en de druk op de DPRK wordt opgevoerd” Aldus Noord-Koreaanse VN-afgevaardigde Han Tae-song deze week. Stiekem geniet hij. Heel Pyongyang geniet. De uitzinnige reacties uit de hele wereld op de militaire activiteiten in Noord-Korea valideren namelijk – in hun ogen – de kern van het Noord-Koreaanse verhaal: de wereld (Amerika voorop) wil onze ongerepte Koreaanse cultuur van de aardbol vagen. De propagandamachine is weer goed geolied.

Sinds dag één ontleent het Noord-Koreaanse regime zijn bestaansrecht aan het behoorlijk overdreven verhaal dat de grote boze imperialisten aan de voordeur staan om het weerloze Koreaanse volk te onderwerpen aan het – in hun ogen – kapitalistische slavensysteem van de Amerikanen. Maar het volk hoeft niet te vrezen: de Kim-dynastie zal hun beschermen tegen al die boze machten. Met succes. Heel veel succes. Het land verkeert in bittere armoede maar het regime heeft niettemin een gouden excuus: we leven in een oorlogssituatie, even op een houtje bijten, maar dan krijg je wel je ultieme waardigheid: Koreaan zijn zonder dat – zoals bij onze arme broeders en zusters in het zuiden – we worden gehersenspoeld door de boosaardige westerlingen.

Dat verhaal – inmiddels overigens niets meer dan een concept om de macht van de elite te bewaken – gaat er lang niet meer bij iedereen in Noord-Korea in als koek, maar vooral het strenge surveillancesysteem voorkomt dat het volk daar vooralsnog ook maar iets tegenin brengt. Bovendien is het verhaal nog goed genoeg, en dan kom ik na twee alinea’s eindelijk bij mijn punt: we zorgen er keer op keer voor dat hun verhaal goed genoeg is. Je kunt je afvragen of de Noord-Koreaanse propagandamachine de afgelopen jaren zo goed had kunnen draaien als politici in het westen hun schouders hadden opgehaald als Noord-Korea weer eens een rakettest uitvoert. Als media hun chocoladeletters in de koelkast hadden laten liggen. Een boze Bush, Obama en Trump levert perfecte content op voor de anti-imperialistenpropaganda van Noord-Korea en belangrijker nog: het valideert simpelweg hun dure wapenprogramma onder het volk. Met zulke reacties heb je geen creatief talent meer nodig op het propagandabureau in Pyongyang. Natuurlijk moeten de inlichtingendiensten en militairen hun ogen open houden, maar had Noord-Korea hun machine draaiende kunnen houden als de hele wereld het land al jarenlang links had laten liggen?

Noord-Korea is gewend aan de boze reacties en speelt die sinds jaar en dag perfect uit. Terwijl experts het er wel over eens zijn dat Noord-Korea ook wel weet dat ze een oorlog niet kunnen winnen en ze die daarom ook niet zullen beginnen, blijkt uit reacties van veel politici dat ze zich wel degelijk bedreigd voelen en zich willen wapenen tegen ‘een eventuele aanval van Noord-Korea’. Nu is Noord-Korea zover dat ze hun heilige graal zo goed als af hebben: nucleaire wapens. Een nieuwe troefkaart in het aloude spel. De vijand zal immers niet zomaar binnenvallen nu de Noord-Koreanen zulke destructieve wapens voor handen hebben. De tolerantiegrens van de internationale gemeenschap kan al kietelend met raketten verder worden verkend.

Noord-Korea gaat dus niet zomaar aanvallen. Wel gaan ze verder testen en knutselen. Hoewel een raket afschieten in de zee bij Guam, bij Japan, of misschien op een dag ergens een paar kilometer van de kust van Alaska volgens onze standaarden niet oké is, is het onverstandig om die te interpreteren als een oorlogsdaad en moord en brand te roepen. Een pestkop die op het schoolplein iedere dag een kind uit probeert te schelden maar het kind zegt niks terug en wandelt weg is er na een week wel klaar mee. Het Noord-Korea verhaal zou door het volk meer gewantrouwd worden als Pyongyang geen bewijsmateriaal meer aangediend zou krijgen, op een gouden blaadje door ons.

Het is een weinig besproken punt. Er heerst immers angst dat als je Noord-Korea inderdaad negeert ze zich misschien zelfverzekerd genoeg voelen een aanval te plegen. Maar ze zijn niet gek. Als het te bont wordt – en ze weten heus wel wat te bont is – ligt heel Pyongyang binnen mum van tijd plat. Noord-Korea wilt, nee Noord-Korea MOET dit spel blijven spelen om te overleven. Ze hebben de status quo nodig om het regime machtig te houden. Noord-Korea wilt ons angst aanjagen en dat lukt ze en daarom zijn we bang genoeg om zenuwachtige toespraken in de VN te houden, genoeg om Trumps temperament lekker op te voeren, kortom genoeg angst die olie op het Noord-Koreaanse vuur gooit.

Waarom reageren politici dan zo? Zoals professor Andrei Lankov – niet vies van een beetje cynisme – uitlegde: politici zeggen vooral dingen die hun electoraat gerust stellen. Wellicht wishful thinking, maar: als er niets gerust te stellen valt zouden ze ook niet zulke dingen zeggen. Wat we dus kunnen doen is gas terugnemen in de media en ervoor te zorgen dat verstandige mensen de politieke kopstukken informeren en kalmeren. Ik zeg het niet snel, maar Poetin was vorige week een van de weinigen die met verstandige woorden kwam: “Provocaties, druk en oorlogszuchtige en offensieve retoriek is een doodlopende weg.”

Tot slot: natuurlijk willen we van de hele situatie met Noord-Korea af. We zijn lang en breed te laat om het land binnen te wandelen en het regime met militaire hand af te zetten. Te laat om een productief klimaat te creëren waarin we aan tafel de Noord-Koreanen op andere gedachten kunnen brengen. Wat dan? Helaas volgt deze vraag – zo ook bij dit stuk, excuses – steeds pas weer op het einde na woelige analyses rond het wapenprogramma van Noord-Korea. In een van de vele interviews met Thae Yong-ho, de Noord-Koreaanse diplomaat die het land ontvluchtte, meldde hij dat er wel degelijk situaties zijn geweest waarin er groepen Noord-Koreanen zich verzet hebben tegen het regime. Met weinig succes vooralsnog, maar hij gelooft net als vele anderen dat de beste optie is om het volk zelf aan te zetten in verzet te komen. Dat kan alleen als ze over meer kennis en inzicht beschikken over hun eigen land en de buitenwereld. Thae had het er bijvoorbeeld over dat Zuid-Koreaanse drama’s populaire smokkelwaar zijn in het land, maar dat die inhoudelijk nogal oppervlakkig zijn. Als er nou een drama zou zijn waarin keiharde kritiek op Noord-Korea zit zou dat zeker ogen kunnen openen, vindt de ex-diplomaat.

Daarbij is het zaak dat – een belangrijk punt dat regelmatig door professor Remco Breuker wordt benadrukt – we de grote geldstromen naar Noord-Korea – onderscheppen. Die bestaat grotendeels uit louche zaken zoals slavenarbeid. Dat zullen we over moeten laten aan de opsporingsdiensten. Wij gewone mensen kunnen vooral ons gemak een beetje houden, dan hebben leiders (en andere roeptoeters) ook geen reden om Noord-Korea in de kaart te spelen met wilde oorlogsretoriek. Hopelijk vertelt iemand Trump intussen dat Noord-Korea niet van plan is de VS binnen te vallen. Echt niet. Maar als ze de vijand nou net iets te zenuwachtig maken en te dichtbij komen veranderen ze misschien wel plotsklaps in een wespennest dat zich bedreigd voelt en bereid is de angel te gebruiken. Moeten we niet willen.