‘Stigma is enorm voor alleenstaande moeders’

(dit artikel werd op zaterdag 25 januari gepubliceerd in Trouw)

Het idee is nobel: geadopteerde kinderen hebben het recht te weten wie hun biologische ouders zijn. Anderhalf jaar geleden voerde Zuid-Korea een wet in die ouders verplicht zich voortaan met naam en toenaam te registeren als zij hun baby afstaan. Het aantal ongeregistreerde adopties nam af, het aantal baby’s dat te vondeling werd gelegd nam explosief toe. “De makers van de wet hebben geen rekening gehouden met de realiteit”, zegt pastoor Lee Jong-rak die een babydropbox begon.

In zijn rumoerige parochie annex woning en kinderopvang rennen kinderen heen en weer. Vanuit verschillende kamers klinkt babygehuil. Toen pastoor Lee jaren geleden een onderkoelde baby in een doos voor de deur van zijn kerk vond, besloot hij actie te ondernemen. “Ik las over kinderen die in prullenbakken of openbare wc’s werden gelegd. Ik vreesde dat op een dag een baby zou overlijden als ik niks deed.” Hij maakte daarom in 2009 een ‘babybox’, een luik waar wanhopige moeders hun baby anoniem kunnen afstaan. Maar pas sinds de wetswijziging werd er volop gebruik van gemaakt. “Voorheen kregen we twee à drie baby’s per maand, inmiddels meer dan twintig.”
Statistieken van het ministerie van volksgezondheid laten zien dat er in de eerste zeven maanden van 2012 62 baby’s te vondeling zijn gelegd, in dezelfde periode een jaar later waren dat er 152. Bijna al deze baby’s komen terecht bij pastoor Lee. “In dit land is het stigma op alleenstaande moeders enorm. Wie een goede baan heeft wordt meestal ontslagen, financiële bijstand is er amper. Hoe kun je dan verwachten dat zo iemand haar kind registreert?”

Het merendeel van ‘zijn’ baby’s komt van tienermoeders, zegt Lee. “Stel dat een tienermoeder later wil studeren, dan is na registratie te zien dat zij een kind had.” Veel baby’s hebben een handicap, ook taboe in het conservatieve Korea. Zelf adopteerde de pastoor al 19 kinderen, van wie de meesten gehandicapt. Zij werden achtergelaten in het ziekenhuis waar Lee ooit vaak was met zijn eigen volledig verlamde zoon.

Iedere nacht slaapt hij met zijn vrouw naast zijn zoon en een andere verlamde, geadopteerde zoon. Met vrijwilligers en dankzij donaties zorgt hij voor zijn kroost. Er is ook kritiek. Het zou illegale handelingen stimuleren.

Ook België kampt met dergelijke kritiek, de Antwerpse ‘babyschuif’ opereert in een juridisch vacuüm. In de afgelopen dertien jaar werd echter maar vier keer gebruik van de Belgische box gemaakt. Lee ontvangt regelmatig officiële brieven dat hij de box moet sluiten – terwijl hij samenwerkt met de deelgemeente waar hij de baby’s twee keer per week aflevert waarna ze naar opvanghuizen gaan.

“Gelukkig begrijpen politici de problemen, dus ik ben optimistisch”, vertelt Lee.

“Seksuele voorlichting schiet tekort. Vanaf de basisschool moet dat er komen. Er moet uitgelegd worden dat seks een instrument is voor het leven, dat als je het voor het huwelijk hebt, er problemen kunnen komen.”

‘Babybox zorgt juist voor meer vondelingen’
Jane Jeong Trenka werd in de jaren zeventig geadopteerd door een Amerikaanse familie. Toen ze naar Korea terugkeerde maakte ze zich sterk voor de rechten van geadopteerden en werd zij een van de stuwende krachten achter invoering van de nieuwe wet.

“Privacyproblemen moeten worden geregeld in de wet over gezinsregistratie, niet in de adoptiewet”, zo weerspreekt Trenka de kritiek van Pastoor Lee Jong-rak. “De toename van het aantal vondelingen komt juist door de media-aandacht rond de babybox.”

Pastoor Lee geeft toe dat het aantal baby’s steeg nadat hij interviews gaf, maar stelt dat baby’s bij gebrek aan alternatieven zouden sterven. Trenka weerspreekt dat: “Het aantal achtergelaten baby’s die overlijden is al jarenlang stabiel.”

Ze vermoedt dat adoptiebureaus de lobby tegen de adoptiewet vormen: “Met een afname van adopties zouden zij veel inkomen mislopen.”

Trenka blokkeerde als protest eens de toegangswegen tot de kerk van Lee. Toch deelt ze het ideaal van de pastoor om het aantal vondelingen naar nul te brengen.

Als missionaris – “Mijn doel is om mensen gelukkig te laten zijn onder God” – rent Lee de moeders achterna nadat het belletje van de box, meestal midden in de nacht, rinkelt. Ongeveer een derde krijgt spijt en keert terug.

“Soms kan ik ze ervan overtuigen dat hun baby een prachtig geschenk is”, zegt Lee. “Schuldgevoel maakt dan plaats voor dankbaarheid.” “In één geval ging het om een studente wiens vriend het leger in ging. Ik heb ze ervan overtuigd dat ze moesten trouwen, dat was de mooiste verandering.”