Lange omweg voor beladen brieven

(dit artikel werd op donderdag 24 september gepubliceerd in Trouw)

Shim Goo-seob (79) had er sowieso al geen vertrouwen in. Noord-Korea kondigde afgelopen weekend aan de deze week geplande familiereünies te staken. “Niks meer dan een politiek gebeuren”, moppert Shim. Klagend over dat het politieke klimaat altijd roet in het eten gooit de gescheiden families, heeft hij zelf het heft in handen genomen. Samen Kim Kyung-jae (81) werkt hij vanuit zijn kantoor in Seoul aan een andere manier om in contact te komen met hun verloren familie in het Noorden.

Shim reageert nuchter op het nieuws dat hij niet in de voorselectie zat. Van de 73.000 nog levende Zuid-Koreanen kregen er onlangs slechts honderd goed nieuws: na zo’n zestig jaar zouden ze hun familie weer even kunnen zien. “Honderd op de 73.000”, zegt Shim alsof hij het heeft over de jackpot in een loterij. “Je hoopt het stiekem, maar voor mij is het minder erg omdat ik in 1994 mijn broer in China heb ontmoet.” Via in de oorlog naar de VS gevluchte dorpsgenoten kreeg hij te horen over zijn verloren familieleden. Terwijl zij brieven konden schrijven naar Noord-Korea, kampte de families in Zuid-Korea met een totaalverbod van correspondentie tussen de twee Korea’s.

Samen met Kim bouwde hij in China, de VS en Japan een correspondentienetwerk op waar vele honderden bekenden en onbekenden dankbaar gebruik van maakten. Voor zo’n 150 euro regelen de mannen bijvoorbeeld dat een pakketje van 20 kilo vanuit Zuid-Korea bij de familie in het noorden beland. Het pakket wordt naar China gestuurd waarna een tussenpersoon het pakket doorgeeft aan Noord-Koreaanse illegale koeriers of het pakket zelf bezorgen “Soms wordt het pakket op een afgesproken plek over de grens gegooid.” Geldtransacties kosten zo’n dertig procent van het bedrag en voor een geheime ontmoeting in China moet er nog dieper in de buidel getast worden. “Toen ik in 1994 mijn broer ontmoette was het nog zo’n 2000 euro, nu kost het al snel 7000 euro”.

De correspondentie is vooral praktisch, benadrukken de twee heren. Kim pakt een stapel brieven uit Noord-Korea. Zijn zus heeft twee plaatjes van vishaken getekend. Niet deze, maar deze graag, staat erbij vermeld. Sokken, scharen, medicijnen – van alles en nog wat wordt er in de pakketten gestopt. “Wat voor ons vanzelfsprekende zaken zijn, hebben ze daar vaak niet”, zegt hij als hij een tros haakjes pakt speciaal om kwallen te vangen. Zijn familie woont aan zee en is afhankelijk van de visserij – zo’n tachtig keer per jaar stuurt hij zelf brieven en pakketten. Alle post wordt door ambtenaren in het noorden gecheckt; politieke schrijfsels zijn uit den boze.

Erg druk hebben ze het momenteel niet op het kantoor. Na hoogtijdagen een aantal jaar terug, hebben de koeriers te kampen met aangescherpte grensbeveiliging tussen China en Noord-Korea. “We sturen nu ongeveer één pakket per maand. In 2007 waren dat er nog tien.” Hoewel de praktijk illegaal was in Zuid-Korea, kneep de overheid een oogje dicht en monitorde zelfs de zaken van Kim en Shim. Vorig jaar besloot het Ministerie van Hereniging de inspanningen van de bemiddelaars te erkennen en is er zelfs subsidie beschikbaar voor families die in contact kunnen komen via hun kantoor. Ieder jaar overlijden zo’n 2000 mensen op de wachtlijst, een cijfer dat de komende jaren hard zal stijgen. Het ministerie hoopt met de alternatieve weg families tegemoet te komen. Toch duimen de twee voor nog eens een officiële ontmoeting. Shim: “Nog een ontmoeting in China is veel te gevaarlijk en te duur.”