Zuid-Korea buigt diep voor Nederlandse oorlogsveteranen

(dit artikel werd op zaterdag 27 juli gepubliceerd in Trouw)

De rode lopers liggen klaar voor Jack Fenenga (81). Behulpzame Koreaanse jongens helpen hem uit de trein, de militaire muziek klinkt. Een buffet en een concert. En dat is slechts één punt op het programma voor de jongens die vanuit de hele wereld naar Korea kwamen om te vechten tegen het communisme. Vandaag is het precies 60 jaar geleden dat de Koreaanse oorlog (1950-1953) eindigde in een wapenstilstand.

“Toen we terug in Nederland aankwamen werden we weggezet als moordenaars”, zegt Fenenga die het contrast tekent met de extreme dankbaarheid in Zuid-Korea vandaag. Bijna verloren de Amerikanen en Zuid-Koreanen de strijd tegen het communistische noorden dat in juni 1950 het zuiden binnenviel. De pas opgerichte Verenigde Naties besloot te hulp te schieten en zo moest ook Nederland troepen leveren. In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog zag Nederland een nieuwe oorlog niet zitten, maar ging overstag na druk van de VS die dreigde de Marshallhulp in te korten. Duizenden vrijwilligers meldden zich, waaronder Fenema. “Er was veel negatieve publiciteit toen. Je ging daar naar toe om Koreanen te vermoorden, dat werd gezegd. Maar ik was een avonturier, geen moordenaar. In tegenstelling tot veel andere veteranen heb ik het destijds altijd vermeden om met dat militaire pak aan te lopen.”

Voor het eerst sinds zijn vertrek in 1952 is hij terug in Zuid-Korea. Hij en de vele honderden anderen veteranen uit Amerika, Zuid-Korea en de VN-lidstaten die troepen stuurden konden geen groter contrast bedenken met het Korea wat ze nu aantreffen. De horizon vol glimmende hoogbouw, snelwegen met acht rijen dikke files en het aan smartphone verslaafde volk steekt schril af met wat Fenenga trof toen hij in Korea aan kwam. “Ongekend als je ziet wat hier nu staat en rondrijdt. Toen wij hier waren, zag je alleen maar plaggenhutten.”

Het verklaart de dankbaarheid van de Zuid-Koreanen die nu meetellen als wereldeconomie, terwijl Noord-Korea behoort tot de armste landen ter wereld. “Dat deel hadden we natuurlijk ook moeten bevrijden maar toen kwam China en die overmacht was te groot.” Strijden tegen een onderdrukkende bezetter sprak veel van de vrijwilligers aan – net als Fenenga maakten ze de Tweede Wereldoorlog mee als tiener waarin ze oorlogshelden uit binnen en buitenland zagen. “Je weet dan hoe het is bezet te worden. Nu zie ik dat de strijd geholpen heeft, dat is fijn.”

Maar de meeste jongens wilden vooral hun jongensdromen waarmaken. “Het was bovenal een avontuur, dat het nut heeft kwam toen echt op de tweede plek. Ik was een wildebras. Behalve avonturiers als ik trok de missie veel uitschot. Je kon onder je gevangenisstraf uitkomen als je naar Korea ging, dus die mensen kwamen ook.” Eenmaal terug in Nederland wilde Fenenga onder zijn contract als beroepsmilitair uit. “Het was niet dat ik gewond raakte, dat was juist een leuke bijkomstigheid omdat ik naar een hospitaal in Tokio ging. Maar ik had niet naar die oorlog moeten gaan. Je zit maandenlang in een loopgraaf en als je je hoofd te ver uitsteekt werd die eraf geschoten. Oorlog is nooit leuk, dus zo trots ben ik niet.”

Nel Besemer corrigeert haar nuchtere man. “Hij is wel trots hoor. De situatie is nu natuurlijk anders dan toen hij net terugkwam. Als er een lid van de vereniging voor oud Korea strijders overlijdt houdt hij erewacht. Die solidariteit is mooi.” Het stel zit even later enigszins uitgeteld aan tafel. Vanochtend vroeg nam Fenenga deel aan een ceremonie op de oorlogsbegraafplaats, maar gaat nog tot half tien vanavond door voor een concert in het nog altijd zwaar gemilitariseerde grensgebied met Noord-Korea. Uitslapen zit er niet in. Zaterdag is de grote dag met nog veel meer ceremonies. De overenthousiaste Koreanen gunnen het stel absoluut geen zondagsrust. “Volgens mij hebben ze er geen rekening mee gehouden dat het ouderen zijn.”