Zuid-Koreaan vreest het Noorden niet

(dit artikel werd op zaterdag 6 april gepubliceerd in Trouw) 

“Ik voel de dreiging wel ja. Het is niet dat ik mijn dagelijks leven niet normaal voort kan zetten, maar de dreiging is zeker sterker dan vorige keren.” Ki Hyong-jun (33) rondde zijn verplichtte militaire dienst van bijna twee jaar al jaren geleden af, maar is als reserve verplicht op te komen draven als er oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea uitbreekt. “Ik denk niet dat het zover komt dat ik opgeroepen zal worden om te gaan vechten, maar als het moet dan moet het maar.”

 

De laconieke reactie op de opgelopen spanningen op het Koreaanse eiland tekent de sfeer in Zuid-Korea. Mocht het echter wel zo zijn dat de vlam in de pan slaat, dan staan er in Zuid-Korea 3,2 miljoen reserves klaar om het 639.000 koppige actieve leger aan te vullen. In Noord-Korea staan er echter 7,7 miljoen mannen op de reservelijst die een leger van 1,1 miljoen soldaten complimenteren. Samen met een geslaagde nucleaire test afgelopen februari en raketlancering in december zorgde die feiten er voor dat de wereld geschrokken reageerde op de agressieve houding van Noord-Korea de afgelopen maanden.

In Zuid-Korea echter gaan de rillingen er niet van over de rug. Ook al trainen de miljoenen Zuid-Koreaanse reserves ieder jaar, nadat de dreigende taal over de grens echo’t weten ze dat het Noorden weinig kracht heeft om de daad bij het woord te voegen. “Toen ik in de jaren negentig in het Noord-Koreaanse leger diende, gebruikte ik afweergeschut uit de jaren veertig”, zo blogt Ju Song-ha. Hij is nu bekend Noord-Korea specialist bij Zuid-Koreaans dagblad Donga. Hij studeerde af aan de Kim Il-sung universiteit in Pyongyang, voordat hij naar het Zuiden vluchtte.

“Er geldt een tienjarige dienstplicht, maar in die tien jaar schieten ze nog geen dertig kogels af. Omdat er amper benzine en goed materieel is krijgt zelfs de professionele luchtmacht amper kans om te trainen”, blogt Ju. Ook benadrukt hij dat de Noord-Koreaanse manschappen zelf zwak zijn. “Dertig procent is ondervoed, de gemiddelde lengte van een Noord-Koreaan is 142 centimeter. Met de instorting van de geboortecijfers in de jaren negentig is het leger binnen tien jaar zo’n 300.000 koppen kleiner.” Bovendien is het leger corrupt, zegt Ju. “Een grote groep soldaten koopt hun senioren om en zitten lekker thuis. De groep die overblijft zijn de arme stakkers, die vooral bezig zijn met huishoudens beroven van hun voedselvoorraad.”

In plaats van bang is de Zuid-Koreaan dus vooral moe van het zoveelste politieke spel dat Noord-Korea lijkt te spelen. Op de vele internetforums zijn velen het erover eens: ‘Noord-Korea dreigt alleen maar omdat ze de Zuid-Koreaanse regering willen ontwrichten’. Schreeuwende chocoladeletters van CNN verbazen de Zuid-Koreanen vooral. ‘Wat zijn we toch relaxed vergeleken met de buitenlandse media’, reageert iemand op de grote nieuwswebsite Daum. Hier en daar klinken de zorgen door, maar van serieuze angst is nog geen spoor te bekennen: ‘De Koreaanse oorlog kwam er omdat we niet goed op onze hoede waren. We moeten vooral alert blijven.’

Die alertheid speelt een grote rol in het publieke debat als het gaat om het leger in Zuid-Korea. Toen Noord-Korea bommen gooide op het Zuid-Koreaanse eiland Yeonpyeong in 2010, kwam het de toenmalige president Lee Myung-bak op felle kritiek te staan dat het Zuid-Koreaanse leger niet direct terugschoot. In een poging herhaling van dat debacle te voorkomen kondigde de pas aangetreden president Park Geun-hye deze week aan dat het leger direct terug mag schieten zonder daar autorisatie voor te hoeven vragen op politiek niveau. Geen slecht idee zegt Moon Sung-mok, militair expert bij het Onderzoekscentrum voor Strategie. “Dat geeft veel vertrouwen aan zowel het leger zelf als aan het veiligheidsgevoel van het publiek. Het gevaar was wel dat het Noord-Korea aan kan sporen tot meer provocaties.”

Moon zegt dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat die provocaties gaan leiden tot een echte oorlog. Moon: “Toen Noord-Korea de Koreaanse oorlog begon (1950-1953, red.) was het zuiden op niks voorbereid en dat wisten ze. De situatie nu is heel anders. Een oorlog betekent absoluut het einde voor Noord-Korea, en Zuid-Korea heeft ook heel veel te verliezen. Niemand wilt oorlog.” De reserve Ki zal zoals hij zelf al denkt ook volgens Moon thuis mogen blijven. “Dit blufgedrag is al decennialang aan de gang. Het eindeloze dreigen van de afgelopen dagen hoort slechts bij die aloude psychologische oorlogsvoering.”