Zuid-Korea zet dienstweigeraars buitenspel

(dit artikel werd op maandag 8 april gepubliceerd in Trouw) 

Protesterend sprong hij jaren geleden naakt voor een tank tijdens een militaire parade. ‘Weg met het leger’. Nu, vijf jaar later heeft Kang Wie-seok net zijn anderhalf jarige celstraf erop zitten voor het weigeren van de Zuid-Koreaanse dienstplicht. Ieder jaar verkiezen zo’n 750 Zuid-Koreaanse jongens een gevangenisstraf boven dienstplicht. Tot drie keer toe oordeelde de mensenrechtencommissie van de VN in de afgelopen zeven jaar dat Zuid-Korea onrechtmatig zijn mannelijke jonge burgers dwingt tot het dienen in het leger.

Maar ondanks het oordeel van de VN en de protesten zoals die van Kang, wilt Seoul niets weten van het afschaffen van de dienstplicht. De Noord-Koreaanse invasie die in 1950 de drie jaar durende Koreaanse oorlog inluidde, is in Zuid-Korea vooral de geschiedenisboeken in gegaan als een gevolg van eigen onoplettendheid. Het devies is sindsdien hardnekkig: dat nooit meer. Naast de zwaarst gemilitariseerde grens ter wereld en een puntgaaf defensieapparaat leverde dat ook de strenge dienstplicht op. Tegen een vergoeding van 55 tot 75 euro per maand verdwijnen jongens van tussen de 20 en 31 jaar voor 21 maanden in het leger. Degenen die medisch worden afgekeurd, krijgen een alternatieve dienst op bijvoorbeeld kantoor of bij de oproerpolitie. Voorstellen om die dienst ook beschikbaar te maken voor principiële pacifisten werden door de conservatieve regering de kop ingedrukt omdat het de nationale veiligheid teveel in gevaar zou brengen.

In het boek ‘De onuitgesproken taal van vrede’ ging schrijver Lim Jae-song in 2011 op zoek naar de dienstweigeraars. Zijn conclusie is dat zij het geweld van het leger niet zien zitten. De strenge hiërarchie in het leger, dat soms zelfs opgeschrikt wordt door pestschandalen en zelfmoorden, is teveel voor sommigen. De medische keuringen testen slechts de fysieke gesteldheid – trauma’s worden niet serieus genomen. “De gewelddadige cultuur in het leger stimuleert huiselijk geweld”, zegt dienstweigeraar Jo Chong-wimin in het boek. Hij groeide op in een sfeer van huiselijk geweld en huiverde van het idee naar het leger te moeten gaan. “Het enige dat ik kon doen toen het los ging was mezelf in mijn kamer opsluiten.” De schrijver onderschrijft dat de dienstplicht een van de gewelddadige voedingsbodems is van de wat hij noemt militaristische samenleving in Zuid-Korea.

Nu zijn gevangenisstraf erop zit, gaat Kang Wie-seok door met zijn protesten tegen militarisme, met onder meer een podcast en blog. “Ik denk dat het bestaan van het leger vrede bedreigt. Het militaire budget kan beter gebruikt worden om honger in arme landen tegen te gaan”, stelt hij. “Dienstweigeraars krijgen later een hoop problemen als ze werk zoeken, vanwege hun strafblad.” Kang onderstreept de conclusie van schrijver Lim dat er in Zuid-Korea een militaire sfeer heerst. “bij het marineincident bij Yeonpyeong in 1999 kwamen dertig Noord-Koreaanse soldaten om. De media scheppen er vervolgens over op. Waarom zijn we zo trots op het doden van mensen?”

Maar de pacifisten worden echter weinig serieus genomen in Zuid-Korea. Vroeg in de twintig maken de jongens de overstap tot man – wie het leger maar niks vindt, wordt al snel weggezet als landverrader. Politici of beroemdheden zijn regelmatig heftig voorpaginanieuws als blijkt dat ze op sluwe wijze hun militaire dienst hebben proberen te ontwijken. Rapper MC Mong werd een paar jaar geleden ervan beschuldigd twaalf tanden te hebben laten trekken in de hoop medisch afgekeurd te worden. Psy had misschien zijn Gangnam Style niet kunnen maken als hij niet twee keer zijn dienstplicht vervulde. Vanwege zijn speciale computervaardigheden, kreeg hij in 2003 een kantoorbaan toegewezen, maar toen naar buiten kwam dat hij tijdens de 35 maanden van dienst maar weinig deed achter zijn bureau was het land in rep en roer. Er werd onderzoek gedaan naar Psy’s gebrek aan inspanning en de rechter stuurde hem alsnog het leger in. Hij diende van 2007 tot 2009 alsnog (zie openingsfoto), verontschuldigde zich en won zo de sympathie van het Zuid-Koreaanse publiek terug.

Onder die sociale druk zijn er dan ook maar relatief weinig jongens die pertinent weigeren. Het zijn vooral fanatieke religieuzen die een strafblad overhebben voor het ontwijken van de dienstplicht. De meeste van hen zijn Jehova’s Getuigen wiens geloof zelfs niet-militaire dienstplicht expliciet verbiedt. Met het aantreden van een nieuwe regering onder Park Geun-hye lieten ze onlangs weer van hen horen middels een petitie gericht aan de nieuwe regering: “We worden weggezet als criminelen. Een regering die claimt op te komen voor minderheden en zwakkeren in de samenleving, is het onjuist om onder internationaal protest dienstweigeraars te blijven straffen.”