Zuid-Korea kiest nieuwe president

(dit artikel werd op dinsdag 18 december gepubliceerd via de GPD) 

Een dochter van een voormalig dictator of een man die ooit gevangen werd gezet omdat hij zich fel tegen diezelfde dictator verzette. Woensdag beslecht de Zuid-Koreaanse kiezer de presidentiële nek-aan-nekrace tussen de regerende conservatieven en de progressieve oppositie.

De kloof tussen arm en rijk werd groter, huishoudens zagen hun schulden de pan uit rijzen, de middenklasse werd grotendeels weggevaagd door grote conglomeraten en studenten kampen met stress en kosten van competitief en duur onderwijs. Een peiling eerder dit jaar gaf aan dat nog slechts 18 procent goedkeuring gaf voor Lee Myung-bak, in 2007 met royale overwinning verkozen als president. Ondanks dat presidentskandidate Park Geun-hye bij dezelfde conservatieve partij hoort, is ze succesvol in het afschudden van de fel bekritiseerde erfenis van Lee, die zijn populariteit tot een dieptepunt zag dalen nadat zijn broer en zoon verwikkeld raakte in frauduleuze zaken.

Want niet alleen links, ook rechts keert zich tegen de aftredende leider. In de campagne wordt gestrooid met dezelfde toverspreuken: ‘economische democratie’, ‘schoolgeld door de helft’, ‘moeders aan het werk’. De hoofdthema’s zijn vooral geconcentreerd rond het opwaarderen van Zuid-Korea’s verzorgingsstaat – hoewel Zuid-Korea nu behoort tot de rijkste landen ter wereld, geeft het erg weinig geld uit aan sociale bijstand. In de campagnes moeten de kandidaten het verschil maken op details zoals pensioenleeftijd, of hoe nou precies de kolossale macht van de familieconglomeraten aangepakt moet worden. De conservatieven willen megaconglomeraten zoals Hyundai en Samsung niet te hard aanvallen – terwijl de oppositie regulering eist van de ondoorzichtige bedrijfsconstructie waarin de families middels een kettingconstructie van aandeelhouders grip hebben op alle dochterondernemingen, die zo met gemak de concurrentie en middenstand weg kunnen concurreren.

Een andere reden dat Park Geun-hye nipt aan kop gaat in de peilingen is haar vader, Park Cheong-hee. Deze voormalig generaal pleegde in 1961 een coup en bezorgde het land een economisch wonder, maar niet zonder dissidenten hardhandig het zwijgen op te leggen. Na een mislukte aanslag waarin zijn vrouw om het leven kwam, werd Park in 1979 alsnog vermoord. Vooral de oudere kiezer, opgegroeid in een verwoest en verarmd Korea, prijst de voormalig dictator nog altijd – eerder dit jaar werd er zelfs een museum voor de man geopend. Oude democraten en jongeren gruwelen intussen van een terugkeer van een Park als president. Ze bekritiseren Park voor haar vaag omschreven verkiezingsbeloftes en het niet nemen van verantwoordelijkheid voor zowel haar vaders misdaden als voor het beleid en blunders onder president Lee Myung-bak, waar ze afgelopen twee jaar diende als partijleidster. Moon Jae-in wordt op zijn beurt bekritiseerd op het te weinig geven van tegengas en het vaag omschrijven van zijn kernbeleid.

Noord-Korea schittert op de agenda door afwezigheid, maar Pyongyang zelf heeft de afgelopen tijd zijn best gedaan om in de schijnwerpers te komen. Met het lanceren van een raket werden de kandidaten gedwongen tot een reactie. Het incident werd door Park afgedaan dat het land zich niet laat intimideren door een dergelijke provocatie, terwijl Moon benadrukte dat het een gevaarlijke provocatie is en het de huidige Zuid-Koreaanse regering is die faalt in de nationale veiligheid. Pyongyang reageerde alleen op de conservatieve Park en zei dat een overwinning van haar zou betekenen dat de relatie tussen Noord en Zuid verder te gronde zal worden gericht.