Communistisch omdat het moet

Een zaterdagmiddag in Kitakyushu, in het noorden van het Japanse zuidelijke eiland Kyushu. In een poging zin te geven aan een verloren bezoek ter verversing van mijn Koreaanse visum, zocht ik op Google maps naar een Noord-Koreaanse school in de stad. Raak. Ik stond er op moment van zoeken toevallig ongeveer naast, ware het niet dat de school verborgen was tussen de bebouwing aan de grote straat. De pro-Noord-Koreaanse scholen zijn namelijk niet bij alle Japanners even populair, maar veel Koreaanse Japanners brengen hun kroost nog steeds naar de scholen waar de portretten van leiders Kim Il-sung en Kim Jong-Il boven het schoolbord hangen. Verslag van een spontaan bezoek aan een van de kloppende harten van een uitstervende gemeenschap.

Een groep kleuters met rode petjes schreeuwt een laatste groet naar de leider en rent naar de bus. Voordat de moeders de deuren van hun auto dichtslaan waag ik het erop: of ik niet even binnen mag kijken in het drie verdiepingen tellend groot gebouw met nog groter speelveld. Ik geef mezelf weinig kans; Noord-Koreanen houden immers niet van pottenkijkers, denk ik. De moeder waagt een poging en rent het gebouw in om de baas op te zoeken. Leuk dat ik er ben, maar mij binnen laten is ‘te vermoeiend’, vertelt het hoofd van de school in het Koreaans met een nogal Japans accent. Als ik een gesprek of rondleiding wil kan dat alleen op afspraak. Ook de naar buiten komen lopen lerares Engels – Koreaanse gelaatstrekken maar vol Japanse stijl make-up – vindt het ook erg leuk dat er interesse is van een blanke voorbijganger. Ik zie achter haar dat de klaslokalen vol zitten, doodnormaal op zaterdag in landen als Japan en Korea. De school huisvest iets meer dan honderd kinderen, van kleuters tot middelbaar scholieren.

Niet heel veel, honderd, voor zo’n mooi nieuw (2004) gebouw, zeg ik. Ze kijkt wat beteutert en vertelt dat het aantal nieuwe aanmeldingen op de school hard achteruit gaat. Volgens haar zijn er nog 67 scholen over in Japan, vorig jaar nog 69 zegt ze. Volgens wikipedia zijn er 140 pro-Noord-Koreaanse scholen, in een telling die onderscheid maakt tussen kleuterschool, basisschool en middelbare school. In de jaren zestig gingen er meer dan 50.000 Koreanen naar de communistische scholen die gesponsord worden door Pyongyang. Nu zijn het er nipt 10.000. Ondanks de daling toch nog aardig aantallen,¬†zo’n 65 jaar nadat Japan capituleerde in de Tweede Wereldoorlog. Behalve aan die oorlog kwam er toen een einde aan 35 jaar bezetting van Korea door de Japanners. Korea was weer een onafhankelijk land. In Japan zaten toen veel Koreanen die er als dwangarbeider naartoe werden gedeporteerd, plus nog een groep oude migranten en linkse activisten die de ijzeren hand van de nieuwe zuidelijke rechtse leider Rhee Seung-man ontvluchtten.

Japan stond destijds niet toe dat de rode Koreanen naar het Noorden reisden waar Kim Il-sung het communisme omarmde. Toen in 1948 vlak na elkaar de Republiek van Korea en de Democratische Volksrepubliek van Korea werden opgericht, konden de Koreanen in Japan kiezen: een Zuid-Koreaans paspoort, een Japans pasoort of het behoud van hun oude Koreaanse status. Degenen die zich verbonden voelden met de communisten kozen voor het laatste. Ik vraag de lerares waarom haar grootouders niet alsnog naar Noord-Korea gingen toen dat weer mogelijk werd. “Veel mensen hadden hier inmiddels een bestaan opgebouwd”, vertelt ze. Het is een vreemde gewaarwording dat juist de groep van voormalig¬†linkse activisten en communisten die streden tegen de Japanse bezetting een nieuw bestaan kregen op het land van de aartsvijand. Terwijl de Zuid-Koreanse Japanners (Mindan) relatief integraal mee gingen draaien in de Japanse samenleving, zijn de communistische Koreanen (Chongryong) tot op de dag van vandaag tegen integratie in hun gastland. Zoals onderwezen op deze school zijn de Japanners voor hen nog steeds imperialistische bandieten. Niet zo heel gek dat er regelmatig groepjes Japanners protesteren tegen het fenomeen waarbij zelfs de allochtonen van Geert Wilders bij verbleken. “Maar ze zijn vandaag de dag wel wat aardiger hoor, ze zijn een stuk kalmer dan voorheen”, vertelt de lerares over de Japanners. Op de kleuterafdeling zitten inmiddels vijfde generatie kinderen. Dat betekent dat de ouders van die kleuters al vier generaties lang trouwen met andere etnisch Koreanen in Japan. Kalm of niet, mixen met de Japanners is voor hen nog steeds taboe.

Het klinkt allemaal heel fanatiek, maar op de school is de teloorgang voelbaar. Als de lerares het uiteindelijk toch niet kan laten me binnen te laten en een rondleiding te geven, doe ik mijn schoenen uit, slippers aan en zie ik studenten op hun tafels slapen, de mobieltjes op tafel liggen en een leraar die het allemaal negeert en zijn les op suffe toon voortzet. Niet echt overeenstemmend met de fanatieke beelden uit Pyongyang, waar de studenten allemaal een keer op bezoek zullen gaan per schip via Niigata, de enige connectie tussen Japan en Noord-Korea. “Ik was erg verbaasd toen ik daar voor het eerst kwam”, vertelt de lerares Engels. “In de media zie je zoveel ellende, maar in de realiteit was alles veel beter en erg welvarend.” Ze vertelt het alsof ze het zelf ook niet echt gelooft. En ja, dat er flink wat honger is weet ze wel, bevestigt ze als ik er naar vraag. Voor het gemak concludeer ik dat het een nogal onfortuinlijke verloop van omstandigheden is geweest daar op het Koreaans schiereiland. We zijn het eens; de geschiedenis is ronduit tragisch.

“Dit hebben de studenten getekend voor de verjaardag van het land”, wijst ze naar een poster met de Noord-Koreaanse vlag erop. Maar op geen enkel moment komt ze met Noord-Koreaanse krachttaal dat het zuiden verdoemd, het communisme verheerlijkt of Pyongyang politiek verdedigd. Zelfs over de leiders zwijgt ze in alle talen. Het is allemaal gewoon zo. Niet teveel over nadenken, maar stilzwijgend een traditie van opa en oma voorzetten. Zonder tegenspraak luisteren naar je meerdere; iets doodnormaals aan deze kant van de wereld. Hier geen klas vol opgevoerde communisten, maar Japanse kinderen van Koreaanse ouders die naar een Koreaanse school moeten maar buiten op het schoolplein Japans met elkaar praten. Die Japans eten en Japanse tekenfilms kijken – naar een rector luisteren die Koreaans spreekt met een Japans accent. Een traditie wordt in ere gehouden, maar er een echte Noord-Koreaanse spirit is ver te zoeken.

Kim Jong-il zelf zal het ook worst wezen, de financiering vanuit Pyongyang is de afgelopen tijd flink wat minder geworden. De bekende portretten hangen netjes boven het schoolbord, maar hier geen gids die me vertelt dat ik alleen een foto van de portretten mag nemen uit vogelperspectief. Alleen maar een lieve juffrouw die niet veel meer lijkt te willen dan het behouden van een leuke hechte groep. Zoals het een echte Koreaan betaamt een groep wiens etniciteit bewaakt moet worden door niet te mixen. Een groep voor wie Kim Il-sung en Kim Jong-il ietwat stoffige mascottes zijn uit een armzalig land waarvan de nostalgie gevierd wordt, maar niemand van deze groep die er nog aan moet denken te verkassen naar dat land. Het enige mogelijke einde van de Chongryon gemeenschap is een stille dood, eentje die als de cijfers zich zo verder ontwikkelen niet al te lang op zich laat wachten.