Welkom in Breivik’s utopia

(Dit artikel werd op 10 augustus gepubliceerd in HP/De Tijd)

De oplossing voor alle multiculturele problemen: doe het zoals de Zuid-Koreanen of Japanners het doen. Aldus Breivik. “U heeft zeker nog niet gehoord van Zuid-Korea en Japan? Dat zijn succesvolle en moderne naties ondanks dat ze het multiculturalisme hebben afgezworen in de jaren zeventig.”

Welkom in Breivik’s Zuid-Korea. Land zonder buitenlanders, land dat nooit trek heeft gehad in het opnemen van vluchtelingen, land zonder criminaliteit, land met een geweldig onderwijssysteem, land dat het Christendom heeft omarmd, land met florerende economie, kortom het meest functionele land ter wereld. Een paradijs op aarde dat alles te danken heeft aan zijn monoculturaliteit, concludeert Breivik. “We moeten ernaar streven het Zuid-Koreaanse of Japanse model in te voeren.” In zijn anti-multiculturele betoog van meer dan 1500 pagina’s is vooral voor Zuid-Korea een rol weggelegd als rolmodel.

Honderdvijftig jaar geleden werden ze nog zonder pardon opgejaagd en doodgeschoten, de Franse katholieken die vanuit China ook in Korea het woord van Jezus kwamen verspreiden. Want Korea wilde niet meedoen. Ze had haar eigen beschaving opgebouwd, voornamelijk gebaseerd op het prima functionerende Chinese Confucianisme. Bemoeienis van buitenlanders kon niets anders betekenen dan ellende, zo vond het Koreaanse koningshuis. Terwijl het westen erop los koloniseerde, werden koopvaarders die in Korea belandden vriendelijk doch dringend verzocht te vertrekken: ‘probeert u het maar een deur verder’. Korea moest Korea blijven. Een prima functionerend volkje, dat zich tot diep in de negentiende eeuw capabel genoeg achtte voor zichzelf te zorgen.

Zuid-Korea anno 2011. Een kolonisatie door de Japanners, ideologische scheuring, oorlog en paar dictators later telt het land mee als rijke wereldnatie. De Koreanen hebben zich er kapot voor moeten werken. Een Zuid-Koreaan werkt met zo’n 2200 uur per jaar de nog steeds de allermeeste uren van alle OECD-landen. Korea moest en zou zich zelfstandig naar de top werken, vonden nationalisten die zich gekleineerd voelden door de bloederige invasie van de Japanners. De drang om te bewijzen dat de Koreanen het zelf konden was groot, en zo waren het niet zozeer de oude koningen, maar de politici van de twintigste eeuw die de nadruk legden op etnische eenheid. Om in het verscheurde land alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, spraken naoorlogse leiders hun volk aan op iets dat ze in ieder geval allemaal met elkaar deelde: hun pure bloedlijn, verteld in mythische verhaaltjes waarin de Koreaan wordt gezien als regelrechte afstammeling van de stichter van het land, vier millennia eerder. Het sentiment werkte en iedereen ploeterde voor volk en vaderland.

Tot op de dag van vandaag bestaat deze uniforme mentaliteit in Zuid-Korea, niet meer zozeer aangevoerd door dictators die dwarsliggers voor het gemak maar afschieten, maar wel gedreven door een ongeschreven verplichting mee te draaien in het Koreaanse succesmodel. Je zou het huidige Zuid-Korea kunnen vergelijken met een streng gereformeerde gemeente: wil je overleven in de groep, dan volg je de regels – stap je eruit, dan lig je eruit en is er niemand die voor je zorgt. Zuid-Korea mag daarom ook de wereldranglijst zelfmoorden aanvoeren, met bijna drie keer het OECD-gemiddelde springen de Koreanen die zich niet thuis voelen in het monotone prestatiemonster massaal van de brug. Anderen wagen wel een poging zich te modelleren naar de heilige uniforme standaard. Als jonge vrouw betekent dat dezer dagen bijvoorbeeld dat je wel even naar de plastisch chirurg moet. Doe je dat niet, dan gaat de baan naar de buurvrouw die wel haar ogen en neus heeft laten vergroten of – dezer dagen heel populair – de kaken heeft laten breken om er gestroomlijnder uit te zien. Volgens de Internationale Sociëteit voor Esthetische Plastische Chirurgie is bijna dertig procent van alle Zuid-Koreaanse vrouwen bij de plastisch chirurg geweest, waarmee het land nog zo’n mooie nummer één notering scoort op wereldniveau. Het is doodnormaal dat een moeder haar dochter een ooglift cadeau doet. Je moet erbij horen; wie afwijkt van de standaard is gedoemd te mislukken. Diversiteit is een vies woord.

Kerken zijn in Zuid-Korea net zo goed entreekaartjes tot een baan. Als de baas een praktiserend Christen is, zal hij voorkeur geven aan iemand van zijn eigen kerk. Eigen volk eerst. Dat geldt ook voor familie. De Koreaanse familiecultuur is een stuk sterker dan de rechtsstaat, die toch voornamelijk dient om internationaal aansluiting te kunnen vinden om vervolgens zaken te kunnen doen. Om problemen te voorkomen zijn wetten zijn ruim interpretabel en zo krijgt een arbeider altijd ongelijk als hij ontslagen wordt, want het bedrijf moet immers overleven. Werktijdenwet? Leuk, maar een Koreaanse werknemer gaat uit volgens goed Confucianistisch gebruik niet naar huis voordat zijn baas vertrekt en weigert overuren niet. Om de schijn van de rechtsstaat hoog te houden, zijn ook de topmannen van ieder groot conglomeraat wel eens in de rechtbank verschenen om terecht te staan voor nepotisme of fraude. Maakt niet uit, want de president geeft vervolgens graag een pardon voor ’s lands belangrijke zakenlui: zand erover, ga alstublieft weer geld voor ons binnenhalen. Lee Kun-hee, de topman van ’s lands grootste familieconglomeraat Samsung bijvoorbeeld kreeg in 2009 nog een voorwaardelijke gevangenisstraf voor een niet misselijke fraudezaak. De president gaf hem hetzelfde jaar nog een pardon, in het belang van de nationale economie en het binnenhalen van de Olympsiche Winterspelen in 2018 (met succes). Nog eens een aantal maanden later werd hij weer geïnstalleerd als topman. Typisch voor dit beroemde bedrijf is ook dat het als bijna enige geen vakbonden toelaat onder zijn werknemers – in Korea bestaan vakbonden binnen de muren van bedrijven. Vanwege een nieuwe wet – Zuid-Korea is continue bezig internationale standaarden te adopteren, op papier – mochten werknemers vorige maand het initiatief nemen nieuwe vakbonden te starten. Een groepje van vier werknemers van Samsungs pretpark Everland durfde het aan. De initiatiefnemer werd een week later ontslagen wegens ‘lekken van gevoelige informatie’. Volgens het bedrijf had het ontslag toevallig niks te maken had met de oprichting van de vakbond.

En zo is Zuid-Korea één grote familie. Aan het roer van dit conservatieve Breivik-paradijs staat op dit moment Lee Myung Bak, tevens vernoemd op Breivik’s lijstje van graag te ontmoeten personen, naast andere politici met een veelbesproken reputatie zoals Vladimir Putin, Radovan Karadzic en Geert Wilders. Lee, voorheen topman bij Hyundai, is de man die het land runt als Koreaans familiebedrijf. Zo één met een vader die zoals een goed Confucianist betaamt geen tegenspraak duldt. Zo liet deze president voor het gemak degenen die kritiek uitte op zijn beleid oppakken door de politie om ze het zwijgen op te leggen. Voorzitters en directieleden bij ’s lands grootste media zijn door een sterke lobby stuk voor stuk vervangen door vriendjes van de president zodat kritische verslaggeving de kop in is gedrukt. Daarmee liet Myung Bak zijn land dit jaar degraderen op de wereldindex voor de persvrijheid tot ‘beperkt vrij land’. De enige weg tot succes is discipline, onenigheid zorgt alleen maar voor vertraging vindt Lee Myung Bak. Een mentaliteit die Zuid-Koreaanse dictators een paar decennia eerder ook hadden.

Breivik ergert zich eraan dat nationalistische politiek zoals in Zuid-Korea in het westen al snel wordt bestempelt als extreemrechts. Retorisch vraagt zich af: “De interessante vraag is: waarom worden Japan en Zuid-Korea niet gedemoniseerd als nazi’s en fascisten?” Het antwoord ligt hoogstwaarschijnlijk bij het feit dat Zuid-Korea relatief onbekend is, door slim spel de schijn voor de buitenwereld schoon houdt, maar ook doordat er simpelweg geen racistische conflicten zijn geweest die multiculturele samenlevingen wel gehad hebben. Én dat Zuid-Korea in een extreem korte tijd rijk is geworden. Immigranten zijn daarom ook nog maar net bezig hun koffers te pakken, om vervolgens alsnog de problemen te krijgen van die afschuwelijke multiculturele samenleving. Dat vreest ook het handjevol analisten (want de meeste media zijn conservatief en willen er niks van weten) in Zuid-Korea die reageren op Breiviks complimenten. Door een gebrek aan begrip achten zij de kans op onrust groot in de nabije toekomst. Het zal dan niet om religie gaan, maar vooral om ras. Meerdere berichten die de afgelopen maanden verschenen over Vietnamese importbruiden die door hun Koreaanse plattelandse man worden omgelegd geven vooralsnog weinig hoop op het overwinnen van Korea’s xenofobie.

Omdat Korea’s nationalisme zo gefocust is op het raciale aspect, is het eigenlijk vreemd dat Breivik Korea kiest als voorbeeldnatie. Hij distantieert zich van superieure rassentheorieën, terwijl de basis van Zuid-Korea’s nationalisme juist die pure bloedlijn is. Korea’s nationalisme is veel meer racistisch dan gebaseerd op ideologieën of religiën. Zo bestaat in Zuid-Korea een visum voor etnisch Koreanen. Ben je een geadopteerde Koreaan en spreek je alleen Nederlands, kan je toch aanspraak maken op een verblijfsvisum, je hoort immers bij het Koreaanse ras. De stap naar naturalisatie is voor hen een stuk kleiner en makkelijker dan voor een vloeiend Koreaans sprekende gastarbeider uit Zuid-Azië – die tot de vreugde van Breivik het nagenoeg onmogelijk wordt gemaakt ooit een Koreaans paspoort te krijgen. Koreanen meten menselijke capaciteit keer op keer met irrationele ijkpunten zoals de reinheid van je bloed, de grootte van je neus en ogen en de prestaties van je ouders.

Het probleem van Zuid-Korea ligt bij deze ‘valse uniformiteit’, schrijft Gi-wook Shin, professor aan de Stanford universiteit in California en directeur van het Azië Pacific Onderzoekscentrum waar hij zich veel bezighoudt met de Koreaans nationalisme. In een publicatie uit 2006 schrijft hij: “Sinds de koloniale overheersing is nooit de moeite genomen het volk een idee te geven van wat het democratisch burgerschap inhoudt, er is slechts gefocust op de gezamenlijke etnische identiteit wat een samenleving vol discriminatie en oneerlijke praktijken oplevert. Het gaat niet om de competitie tussen identiteiten. Dat heeft geleid tot de armoede van het moderne denken en heeft culturele en sociale diversiteit in Korea geblokkeerd. Nog steeds is de Koreaanse wet gebaseerd op jus sanguinis (het recht van het bloed) dat al dan niet onbewust etnische discriminatie tegen buitenlanders legitimeert.” Shin gelooft niet dat een land monocultureel kan zijn terwijl het een wereldeconomie ambieert. “Zuid-Korea moet zich focussen op een samenleving waarin men niet zozeer samenleeft als bloedbroeders, maar als gelijke burgers van een democratische staat. Als Korea vasthoudt aan etnische eenheid, zal het heel moeilijk worden om te overleven als economie in een diverse wereld. Daarvoor zijn culturele en etnische diversiteit en flexibiliteit vereist.”

Een andere reden voor Breivik om voor Zuid-Korea te kiezen is dat het land het Christendom omarmd heeft. Ondanks dat hij kritisch is op de Christelijke tolerantie voor andere geloven vandaag de dag, schrijft hij verheugd over het feit dat een niet-westerse natie zo Christelijk is zonder de tolerantie te hebben om de grenzen open te zetten, iets waarvan hij het westen beschuldigd. Weer vergeet Breivik dat Zuid-Korea’s nationalisme etnisch is. Ideologieën en religiën in Zuid-Korea komen allemaal uit het buitenland zoals het Confucianisme, Boeddhisme, kapitalisme en dus ook het Christendom. Voor de Koreanen allemaal prima instrumenten die de Koreaanse eenheid een dienst verlenen. Maar Breivik – en velen met hem – houdt er een dubbele standaard op na door de Christelijke cultuur als de Ware Cultuur te verheffen. Een niet-Christelijk land mag wel het superieure Christendom adopteren, maar een Christelijke cultuur die andere religiën adopteert is uit den boze. Maar als we doen zoals de Zuid-Koreanen doen, zoals Breivik wilt, zijn binnen een eeuw vijf miljoen autochtone Nederlanders moslim, boeddhist of hindoeïst.

Misschien moeten alle ware monoculturalisten toch eens overwegen Noord-Korea als rolmodel te lanceren. Dat is het land dat wél snapt dat als je monocultureel wilt zijn, ook niet mee moet willen doen in een wereldeconomie. Het is een voorbeeldig land dat gewoon zelf zijn eigen God (Kim Il-sung) en Jezus (Kim Jong-il) heeft gecreëerd waar volgens de cijfers honderd procent van de bevolking in gelooft. Een land met een absolute etnische eenheid, waar voor de gewone Noord-Koreaan contact met buitenlanders, laat staan mixen met buitenlanders strikt verboden is. Een land dat zijn trots op zijn etnische eenheid nog harder van de daken schreeuwt dan Zuid-Korea. Een zelfvoorzienend superieur land met potdichte grenzen en waar iedereen blij en gelukkig pal achter hun leider staat. Dé ultieme schijnheilstaat waar Breivik zich – ondanks, nee dankzij het communisme – zich als een vis in het water zal voelen.