‘Nucleair gevaar? Welnee’

Jongeren collecteren in Shibuya, Tokio voor de slachtoffers van de tsunami(Dit artikel werd op 15 maart 2011 gepubliceerd in dagblad Spits)

Soms bibbert Tokio nog even na. Maar op maandagochtend is er geen Japanner die daar nog van opkijkt. Strak in het pak en met de aktekoffer in de hand zijn velen zoals iedere maandag onderweg naar kantoor. Hun gezicht vertrekt geen spier als de aarde voor de zoveelste keer nabeeft. De zon schijnt in Shibuya, het Times Square van Tokio. Bloemperkjes liggen er keurig onderhouden bij en oude mannen trekken in de ochtend alweer aan de hendels van de fruitautomaten terwijl een paar deuren verder zwaar opgemaakte meisjes nieuwe hakken uitzoeken.

Toch klopt er iets niet aan het straatbeeld van een van ’s werelds grootste metropolen. Een stel  toeristen loopt met slechts één tasje beteuterd een van de modieuze straten uit. Veel winkels zijn dicht. Wegens omstandigheden gesloten, zo leggen de papieren uit die op de deur zijn geplakt. Het was de schijn die bedroog: met veel geannuleerde treinen waren de metrostations toch ouderwets druk en met minder geopende winkels zagen de geopende zaken er toch goed bevolkt uit. Het beroemde kruispunt verklapt het: het krioelt er vandaag niet van de mensen. Niet omdat Tokio zo zwaar getroffen is door de aardbeving. De stad is praktisch gebouwd op een kussen. Geen scheurtje in de straat, geen gebouw dat is ingestort.

Nee, de enige reden dat Tokio vandaag maar parttime draait is een dreigend tekort aan elektriciteit  vanwege het missen van inmiddels ’s werelds beroemdste kerncentrale. De autoriteiten kondigden aan het stroom in de districten rond het centrum om de beurt voor drie uur uit te schakelen, maar het bleef uiteindelijk bij de oproep zuinig om te gaan met stroom zodat er voor iedereen iets overblijft. Massaal doen de Japanners dat ook. Niemand klaagt over trage metro’s en met een extra deken kan de verwarming uit. De een blijft vandaag thuis zodat de ander niet vastloopt in het verkeer. Een ander tot last zijn is de nationale angst – vandaar ook dat de overheid niet volledig de hoofdschakelaar omzette. Die Japanse mentaliteit werd in het extreme zichtbaar toen dit weekend een oudere vrouw onder het puin werd gehaald in het rampgebied en zich aan de hulpverlener verontschuldigde: ‘sorry voor het ongemak’. Op de Japanse televisie doet een jongen die door het water werd meegesleurd zijn best om niet te huilen. Emotie tonen aan vreemden, dat is niet voor de Japanners bestemd.

Dus voelt het aardbeving-proof Tokio zich nuchter als altijd. “Nucleair gevaar? Welnee”, zegt Ito Taka-aki, een kapper die buiten staat te pauzeren. “Ik maak me geen zorgen en werk gewoon verder.” Verderop staat een groepje jongeren te collecteren voor de slachtoffers in het noorden, maar ook de lachend om donaties schreeuwende Sarah Ueno maakt zich geen zorgen over Tokio als het gaat om het onzekere nieuws uit Fukushima. Maar de Tokio’er zelf mag zich wel wat meer bekommeren om de landgenoten uit het noorden, vindt ze. “Het is moeilijk iets op gang te krijgen omdat Japanners doorgaans niet houden van geldcollecties. Maar ik wil doen wat ik kan doen.” Haar woorden worden in de praktijk niet bevestigd, veel voorbijgangers stoppen haar pot vol royale bankbiljetten. De paar studenten zijn de enigen die in de omtrek die actie ondernemen voor de slachtoffers. Ook op de Japanse tv geen Giro 555-achtige perikelen. Uena’s vriend Yuta Abe zette daarom de actie op: “Ik kom uit Fukushima en de huizen van mijn familie en vrienden zijn weggespoeld. Ik kan er niet heen. Dit is alles wat ik nu kan doen.”

Terwijl de meeste stadsbewoners de officiële informatie over dat er geen gevaar dreigt voor de hoofdstedelingen napraten, staan buitenlanders wél te trappelen om het land te onsnappen. “Alle scholen zijn dicht. Ik vlieg deze week nog het land uit”, zegt de Franse Florian de Sevin, die in Tokio Japans studeert. “De angst voor een nucleaire ramp is groot onder mijn Europese vrienden. Zelf voel ik me er vreemd onder, maar ik denk wel dat het sentiment dat in westerse media op onze families wordt overgebracht overdreven wordt.” Anderzijds komt de extreme berusting van de Japanners haast naïef over. Kritische vragen met een ‘maar’ erin worden niet begrepen en ontweken. Kritiek van experts haalt de Japanse media niet. “Kalmte is het belangrijkst”, zegt een medewerker van een grote elektronicazaak waar alle televisies vandaag uit staan en de klanten niet kunnen zien of het apparaat een aantrekkelijk beeld geeft. Als de avond valt in Shibuya is de zuinigheid buiten ook te merken. Voor het eerst staan de gigantische beeldschermen op de gevels eens niet te knipperen van de hyperactieve reclames. Tokio doet vanavond een dutje, dan waait de storm vanzelf wel weer over…

Soms bibbert Tokio nog even na. Maar op maandagochtend is er geen Japanner die daar nog van opkijkt. Strak in het pak en met de aktekoffer in de hand zijn velen zoals iedere maandag onderweg naar kantoor. Hun gezicht vertrekt geen spier als de aarde voor de zoveelste keer nabeeft. De zon schijnt in Shibuya, het Times Square van Tokio. Bloemperkjes liggen er keurig onderhouden bij en oude mannen trekken in de ochtend alweer aan de hendels van de fruitautomaten terwijl een paar deuren verder zwaar opgemaakte meisjes nieuwe hakken uitzoeken.
Toch klopt er iets niet aan het straatbeeld van een van ’s werelds grootste metropolen. Een stel  toeristen loopt met slechts één tasje beteuterd een van de modieuze straten uit. Veel winkels zijn dicht. Wegens omstandigheden gesloten, zo leggen de papieren uit die op de deur zijn geplakt. Het was de schijn die bedroog: met veel geannuleerde treinen waren de metrostations toch ouderwets druk en met minder geopende winkels zagen de geopende zaken er toch goed bevolkt uit. Het beroemde kruispunt verklapt het: het krioelt er vandaag niet van de mensen. Niet omdat Tokio zo zwaar getroffen is door de aardbeving. De stad is praktisch gebouwd op een kussen. Geen scheurtje in de straat, geen gebouw dat is ingestort.
Nee, de enige reden dat Tokio vandaag maar parttime draait is een dreigend tekort aan elektriciteit  vanwege het missen van inmiddels ’s werelds beroemdste kerncentrale. De autoriteiten kondigden aan het stroom in de districten rond het centrum om de beurt voor drie uur uit te schakelen, maar het bleef uiteindelijk bij de oproep zuinig om te gaan met stroom zodat er voor iedereen iets overblijft. Massaal doen de Japanners dat ook. Niemand klaagt over trage metro’s en met een extra deken kan de verwarming uit. De een blijft vandaag thuis zodat de ander niet vastloopt in het verkeer. Een ander tot last zijn is de nationale angst – vandaar ook dat de overheid niet volledig de hoofdschakelaar omzette. Die Japanse mentaliteit werd in het extreme zichtbaar toen dit weekend een oudere vrouw onder het puin werd gehaald in het rampgebied en zich aan de hulpverlener verontschuldigde: ‘sorry voor het ongemak’. Op de Japanse televisie doet een jongen die door het water werd meegesleurd zijn best om niet te huilen. Emotie tonen aan vreemden, dat is niet voor de Japanners bestemd.
Dus voelt het aardbeving-proof Tokio zich nuchter als altijd. “Nuclair gevaar? Welnee”, zegt Ito Taka-aki, een kapper die buiten staat te pauzeren. “Ik maak me geen zorgen en werk gewoon verder.” Verderop staat een groepje jongeren te collecteren voor de slachtoffers in het noorden, maar ook de lachend om donaties schreeuwende Sarah Ueno maakt zich geen zorgen over Tokio als het gaat om het onzekere nieuws uit Fukushima. Maar de Tokio’er zelf mag zich wel wat meer bekommeren om de landgenoten uit het noorden, vindt ze. “Het is moeilijk iets op gang te krijgen omdat Japanners doorgaans niet houden van geldcollecties. Maar ik wil doen wat ik kan doen.” Haar woorden worden in de praktijk niet bevestigd, veel voorbijgangers stoppen haar pot vol royale bankbiljetten. De paar studenten zijn de enigen die in de omtrek die actie ondernemen voor de slachtoffers. Ook op de Japanse tv geen Giro 555-achtige perikelen. Uena’s vriend Yuta Abe zette daarom de actie op: “Ik kom uit Fukushima en de huizen van mijn familie en vrienden zijn weggespoeld. Ik kan er niet heen. Dit is alles wat ik nu kan doen.”
Terwijl de meeste stadsbewoners de officiële informatie over dat er geen gevaar dreigt voor de hoofdstedelingen napraten, staan buitenlanders wél te trappelen om het land te onsnappen. “Alle scholen zijn dicht. Ik vlieg deze week nog het land uit”, zegt de Franse Florian de Sevin, die in Tokio Japans studeert. “De angst voor een nucleaire ramp is groot onder mijn Europese vrienden. Zelf voel ik me er vreemd onder, maar ik denk wel dat het sentiment dat in westerse media op onze families wordt overgebracht overdreven wordt.” Anderzijds komt de extreme berusting van de Japanners haast naïef over. Kritische vragen met een ‘maar’ erin worden niet begrepen en ontweken. Kritiek van experts haalt de Japanse media niet. “Kalmte is het belangrijkst”, zegt een medewerker van een grote elektronicazaak waar alle televisies vandaag uit staan en de klanten niet kunnen zien of het apparaat een aantrekkelijk beeld geeft. Als de avond valt in Shibuya is de zuinigheid buiten ook te merken. Voor het eerst staan de gigantische beeldschermen op de gevels eens niet te knipperen van de hyperactieve reclames. Tokio doet vanavond een dutje, dan waait de storm vanzelf wel weer over…Soms bibbert Tokio nog even na. Maar op maandagochtend is er geen Japanner die daar nog van opkijkt. Strak in het pak en met de aktekoffer in de hand zijn velen zoals iedere maandag onderweg naar kantoor. Hun gezicht vertrekt geen spier als de aarde voor de zoveelste keer nabeeft. De zon schijnt in Shibuya, het Times Square van Tokio. Bloemperkjes liggen er keurig onderhouden bij en oude mannen trekken in de ochtend alweer aan de hendels van de fruitautomaten terwijl een paar deuren verder zwaar opgemaakte meisjes nieuwe hakken uitzoeken.
Toch klopt er iets niet aan het straatbeeld van een van ’s werelds grootste metropolen. Een stel  toeristen loopt met slechts één tasje beteuterd een van de modieuze straten uit. Veel winkels zijn dicht. Wegens omstandigheden gesloten, zo leggen de papieren uit die op de deur zijn geplakt. Het was de schijn die bedroog: met veel geannuleerde treinen waren de metrostations toch ouderwets druk en met minder geopende winkels zagen de geopende zaken er toch goed bevolkt uit. Het beroemde kruispunt verklapt het: het krioelt er vandaag niet van de mensen. Niet omdat Tokio zo zwaar getroffen is door de aardbeving. De stad is praktisch gebouwd op een kussen. Geen scheurtje in de straat, geen gebouw dat is ingestort.
Nee, de enige reden dat Tokio vandaag maar parttime draait is een dreigend tekort aan elektriciteit  vanwege het missen van inmiddels ’s werelds beroemdste kerncentrale. De autoriteiten kondigden aan het stroom in de districten rond het centrum om de beurt voor drie uur uit te schakelen, maar het bleef uiteindelijk bij de oproep zuinig om te gaan met stroom zodat er voor iedereen iets overblijft. Massaal doen de Japanners dat ook. Niemand klaagt over trage metro’s en met een extra deken kan de verwarming uit. De een blijft vandaag thuis zodat de ander niet vastloopt in het verkeer. Een ander tot last zijn is de nationale angst – vandaar ook dat de overheid niet volledig de hoofdschakelaar omzette. Die Japanse mentaliteit werd in het extreme zichtbaar toen dit weekend een oudere vrouw onder het puin werd gehaald in het rampgebied en zich aan de hulpverlener verontschuldigde: ‘sorry voor het ongemak’. Op de Japanse televisie doet een jongen die door het water werd meegesleurd zijn best om niet te huilen. Emotie tonen aan vreemden, dat is niet voor de Japanners bestemd.
Dus voelt het aardbeving-proof Tokio zich nuchter als altijd. “Nuclair gevaar? Welnee”, zegt Ito Taka-aki, een kapper die buiten staat te pauzeren. “Ik maak me geen zorgen en werk gewoon verder.” Verderop staat een groepje jongeren te collecteren voor de slachtoffers in het noorden, maar ook de lachend om donaties schreeuwende Sarah Ueno maakt zich geen zorgen over Tokio als het gaat om het onzekere nieuws uit Fukushima. Maar de Tokio’er zelf mag zich wel wat meer bekommeren om de landgenoten uit het noorden, vindt ze. “Het is moeilijk iets op gang te krijgen omdat Japanners doorgaans niet houden van geldcollecties. Maar ik wil doen wat ik kan doen.” Haar woorden worden in de praktijk niet bevestigd, veel voorbijgangers stoppen haar pot vol royale bankbiljetten. De paar studenten zijn de enigen die in de omtrek die actie ondernemen voor de slachtoffers. Ook op de Japanse tv geen Giro 555-achtige perikelen. Uena’s vriend Yuta Abe zette daarom de actie op: “Ik kom uit Fukushima en de huizen van mijn familie en vrienden zijn weggespoeld. Ik kan er niet heen. Dit is alles wat ik nu kan doen.”
Terwijl de meeste stadsbewoners de officiële informatie over dat er geen gevaar dreigt voor de hoofdstedelingen napraten, staan buitenlanders wél te trappelen om het land te onsnappen. “Alle scholen zijn dicht. Ik vlieg deze week nog het land uit”, zegt de Franse Florian de Sevin, die in Tokio Japans studeert. “De angst voor een nucleaire ramp is groot onder mijn Europese vrienden. Zelf voel ik me er vreemd onder, maar ik denk wel dat het sentiment dat in westerse media op onze families wordt overgebracht overdreven wordt.” Anderzijds komt de extreme berusting van de Japanners haast naïef over. Kritische vragen met een ‘maar’ erin worden niet begrepen en ontweken. Kritiek van experts haalt de Japanse media niet. “Kalmte is het belangrijkst”, zegt een medewerker van een grote elektronicazaak waar alle televisies vandaag uit staan en de klanten niet kunnen zien of het apparaat een aantrekkelijk beeld geeft. Als de avond valt in Shibuya is de zuinigheid buiten ook te merken. Voor het eerst staan de gigantische beeldschermen op de gevels eens niet te knipperen van de hyperactieve reclames. Tokio doet vanavond een dutje, dan waait de storm vanzelf wel weer over…