Seoul Design: pretentieus visitekaartje

Banpo BridgeLee Myung Bak was de groene burgemeester, zijn opvolger Oh Se-hoon is de designburgemeester. Seoul moet allure krijgen, vonden zij. Na de Koreaanse oorlog werd de volledig geruïneerde stad  provisorisch opgebouwd dat resulteerde in een en al ongestructureerde chaos. De enige prioriteit was het snel in elkaar timmeren van een nieuw onderdak en dat is vandaag nog steeds aan de stad af te zien. Om tempo te maken in het opkalefateren van de stad maakte burgemeester Oh van design zijn paradepaardje. Zijn eerste ambtstermijn als designburgemeester werd bekroond met het binnenhalen van de titel World Design Capital 2010. Met het einde van dat designjaar in zicht, vroeg ik me af wat design in Seoul nou echt betekent.

Seoul Design: duur, niet representatief visitekaartje
Lee Myung Bak was de groene burgemeester, zijn opvolger Oh Se-hoon is de designburgemeester. Seoul moet allure krijgen, vonden zij. Na de Koreaanse oorlog werd de volledig geruïneerde stad  provisorisch opgebouwd dat resulteerde in een en al ongestructureerde chaos. De enige prioriteit was het snel in elkaar timmeren van een nieuw onderdak en dat is vandaag nog steeds aan de stad af te zien. Om tempo te maken in het opkalefateren van de stad maakte burgemeester Oh van design zijn paradepaardje. Zijn eerste ambtstermijn als designburgemeester werd bekroond met het binnenhalen van de titel World Design Capital 2010. Met het einde van dat designjaar in zicht, vroeg ik me af wat design in Seoul nou echt betekent.
Uiterlijk is belangrijk in Korea. Wat er dan ook achter de waarheid schuil gaat; je moet goed voor de dag komen. Keeping up appearances: zowel Noord- als Zuid-Koreanen zijn er bijzonder goed in. Maar laten we het even niet over vanzelfsprekende plastische chirurgie, het eeuwig zwart verven van het haar (grijze bejaarden bestaan in Korea niet) of Louis Vuitton tassen hebben: ook de stad moet er goed uitzien. Een nobel streven, want je kunt veel van Seoul zeggen, maar een mooie stad is het niet. Het is eerder een uit de hand gelopen verzameling van armoedige dorpen, vol met mensen die de afgelopen halve eeuw niks anders gedaan hebben dan de hele dag werken om weer een beetje op kracht te komen. Tijd voor recreatie en cultuur was er amper – architectuur en design was wel de minste zorg na vele decennia van onderdrukking en oorlog. Nog steeds zijn de Koreanen de hardste werkers ter wereld; zestig uur per week is eerder regel dan uitzondering. Nu Korea daarmee een aardige zak centen heeft verdiend kan het eindelijk mee gaan spelen op het wereldtoneel. De taak van de burgemeester van Seoul: een aantrekkelijk visitekaartje afgeven voor internationale zakenlui en toeristen die nog meer geld in het Koreaanse laatje komen brengen.
Hectares aan hypermoderne, gestroomlijnde, übergroene winkel-recreatie tempels, wolkenkrabbers van top notch architecten, een operagebouw op een eiland, een 190 ton water per minuut spuitende fontein aan een brug, een recreatieplein tussen de drukste wegen van Seoul… Voor veel inwoners en critici van Seoul is de prestigedrang is de politici naar het hoofd gestegen. De burgemeester en ook zijn landelijk regerende partijgenoten van de Grand National Party (GNP) kan zijn miljoenenprojecten terecht moeilijk verantwoorden voor de burger. De politici zijn volgens velen niets meer dan internationale zakenlui die bezig zijn met marketing, het volk komt op de tweede plek. De burgemeester heeft zich regelmatig moeten verdedigen tegen dergelijke kritieken: “Als het over design gaat, neigen mensen te denken aan er modieus of goed uitzien. Maar ik definieer het als iets dat onze stad comfortabeler, plezieriger en veiliger en tegelijkertijd ook mooier maakt. Design is alles en gaat niet alleen over het uiterlijk, maar meer over een opwaardering van de kwaliteit van leven”, zei Oh eens in een interview.
Dat is mooi gezegd, maar is het ook waar? In de parken aan de Han rivier – die Seoul doormidden snijdt – wordt inmiddels volop gefietst, gewandeld, gepicknickt en gezonnebaad. Ook de ondergrondse rivier Cheongyechon die Myung Bak in zijn burgemeestersperiode opende om het om te toveren in een groene strook is een publiekssucces. Het zijn vooral Oh’s meer recente projecten die moeilijk te verantwoorden zijn. Een brug volgebouwd met bijna 10.000 spuitkoppen die 190 ton liter water per minuut spuiten, opgelicht in allerlei kleuren? “Waar een fontein is, hebben mensen plezier”, was de weinig overtuigende verantwoording van de Seoul Design Foundation op het toenemend aantal sierfonteinen in de stad. Dat met de energie die het dagelijks kost 300 huishoudens 24 uur per dag van huishoudens zijn te voorzien, blijkt er weinig toe te doen. Net als een plein bouwen tussen de drukste wegen in Gwanghamun, in het hart van Seoul. Kinderen kunnen er vrolijk rondrennen – tussen de fonteinen – om de uitlaatgassen in te ademen.
Het jaar van World Design Capital bracht talloze projecten, competities en nieuwe plannen. Met daartussen mooie plannen ook, waarin duurzaamheid een belangrijke rol speelt. Er kan toch niks tegen zijn dat creatievelingen eindelijk de ruimte krijgen in een land dat zolang onthouden is van zijn creatieve ontwikkeling; in dat perspectief klinken de woorden van de burgemeester niet meer dan logisch en bemoedigend. Toch mist er iets als ik rondloop op zo’n vers opgeleverd stukje Seoul Design – uitlaatgassen en energieverspilling daargelaten. Veel happige Koreanen komen er op af als vliegen op stront als er weer een luxueuze plek wordt geopend, maar voor mij en vele critici met mij klopt er iets niet. Het voelt alsof iemand me de hele tijd aankijkt met een neplach, terwijl ze een dienblad vasthoudt vol drollen met een gouden laagje eroverheen. Het is hetzelfde als die ene lunchroom die opeens opduikt op een plek dat een paar dagen nog een bouwval was. Zo’n plek waar als ik erlangs liep de hele dag het geluid klonk van persluchtnietmachines. Het blinkt, maar het is een glimmende triplexplaat tegen een oude muur. Waarom niet het karakter gebruiken van die oude muur? Nu is er in het geval van Seoul weinig karakter te vinden in de naoorlogse bouwpakketgebouwen, maar toch: is het niet veel Koreaanser om harmonie te zoeken met de natuur, met de eigen roots, om voort te borduren op de rijke historie in plaats van westerse cultuur in te kopen die in Korea geen enkele wortels hebben? Ik mis de oprechtheid. Zoals een criticus al zei over de fonteinen:  “Er zijn twee manieren om van water te genieten: een Westerse en een Aziatische. In dat opzicht is een fontein een erg Westerse manier om van water te genieten. Koreanen vinden van oudsher dat water van boven naar beneden moet vloeien, anders gaat het tegen de natuur in.”
Dat is precies het mankement aan het denken van de (design)politici. Ze hebben dollartekens in hun ogen, ze zeggen zelfs letterlijk constant in interviews dat ze bij de beste ter wereld willen horen, willen concurreren en de wereld willen veroveren. En met succes, het volk is gebrainwasht door die dollartekens en doet vrolijk mee – niet voor niets is zowel in Seoul als landelijk een GNP-politicus aan de macht. Gretig proberen zij westerlingen te overtuigen door diens gedrag en cultuur te kopiëren. Dus niet alleen de neus en ogen moeten bij de plastisch chirurg verwesterd worden, ook de hele stad. Terwijl de strategie prima werkt voor buitenlandse organisaties die Seoul vervolgens belonen met titels als World Design Capital of recent ook de UNESCO City of Design, zien velen dat terecht als niets meer dan city-branding waar de inwoner het nakijken bij heeft. De geldhongerige politiek krijgt veel kritiek op zijn internationale marketingpolitiek dat de rijken rijker maakt en de armen het nakijken geeft. Design kán innoveren en om een positieve noot toe te voegen: meer en meer Koreaans talent krijgt de ruimte om iets relevants neer te zetten. Toch overheerst tot nog toe de pretentie. Als je rondloopt op zo’n willekeurig Seoul Design Super Green Plaza Park voel je dat. Koreaanse bescheidenheid maakt plaats voor hoogmoed en hebzucht; het wachten is op de volgende vijf zonden.
Op 8 december is de afsluitende bezinningsconferentie van Seoul Design Capital 2010. Experts zullen hun feedback op het afgelopen jaar geven. Ook de sociale en culturele waarde zal worden besproken.

Uiterlijk is belangrijk in Korea. Wat er dan ook achter de waarheid schuil gaat; je moet goed voor de dag komen. Keeping up appearances: zowel Noord- als Zuid-Koreanen zijn er bijzonder goed in. Maar laten we het even niet over vanzelfsprekende plastische chirurgie, het eeuwig zwart verven van het haar (grijze bejaarden bestaan in Korea niet) of Louis Vuitton tassen hebben: ook de stad moet er goed uitzien. Een nobel streven, want je kunt veel van Seoul zeggen, maar een mooie stad is het niet. Het is eerder een uit de hand gelopen verzameling van armoedige dorpen, vol met mensen die de afgelopen halve eeuw niks anders gedaan hebben dan de hele dag werken om weer een beetje op kracht te komen. Tijd voor recreatie en cultuur was er amper – architectuur en design was wel de minste zorg na vele decennia van onderdrukking en oorlog. Nog steeds zijn de Koreanen de hardste werkers ter wereld; zestig uur per week is eerder regel dan uitzondering. Nu Korea daarmee een aardige zak centen heeft verdiend kan het eindelijk mee gaan spelen op het wereldtoneel. De taak van de burgemeester van Seoul: een aantrekkelijk visitekaartje afgeven voor internationale zakenlui en toeristen die nog meer geld in het Koreaanse laatje komen brengen.

Dongdaemun Plaza, een paradepaardje van het designjaarHectares aan hypermoderne, gestroomlijnde, übergroene winkel-recreatie tempels, wolkenkrabbers van top notch architecten, een operagebouw op een eiland, een 190 ton water per minuut spuitende fontein aan een brug, een recreatieplein tussen de drukste wegen van Seoul… Voor veel inwoners en critici van Seoul is de prestigedrang is de politici naar het hoofd gestegen. De burgemeester en ook zijn landelijk regerende partijgenoten van de Grand National Party (GNP) kan zijn miljoenenprojecten terecht moeilijk verantwoorden voor de burger. De politici zijn volgens velen niets meer dan internationale zakenlui die bezig zijn met marketing, het volk komt op de tweede plek. De burgemeester heeft zich regelmatig moeten verdedigen tegen dergelijke kritieken: “Als het over design gaat, neigen mensen te denken aan er modieus of goed uitzien. Maar ik definieer het als iets dat onze stad comfortabeler, plezieriger en veiliger en tegelijkertijd ook mooier maakt. Design is alles en gaat niet alleen over het uiterlijk, maar meer over een opwaardering van de kwaliteit van leven”, zei Oh eens in een interview.

Gwanghwamun PlazaDat is mooi gezegd, maar is het ook waar? In de parken aan de Han rivier – die Seoul doormidden snijdt – wordt inmiddels volop gefietst, gewandeld, gepicknickt en gezonnebaad. Ook de ondergrondse rivier Cheongyechon die Myung Bak in zijn burgemeestersperiode opende om het om te toveren in een groene strook is een publiekssucces. Het zijn vooral Oh’s meer recente projecten die moeilijk te verantwoorden zijn. Een brug volgebouwd met bijna 10.000 spuitkoppen die 190 ton liter water per minuut spuiten, opgelicht in allerlei kleuren? “Waar een fontein is, hebben mensen plezier”, was de weinig overtuigende verantwoording van de Seoul Design Foundation op het toenemend aantal sierfonteinen in de stad. Dat met de energie die het dagelijks kost 300 huishoudens 24 uur per dag van huishoudens zijn te voorzien, blijkt er weinig toe te doen. Net als een plein bouwen tussen de drukste wegen in Gwanghamun, in het hart van Seoul. Kinderen kunnen er vrolijk rondrennen – tussen de fonteinen – om de uitlaatgassen in te ademen.

Het jaar van World Design Capital bracht talloze projecten, competities en nieuwe plannen. Met daartussen mooie plannen ook, waarin duurzaamheid een belangrijke rol speelt. Er kan toch niks tegen zijn dat creatievelingen eindelijk de ruimte krijgen in een land dat zolang onthouden is van zijn creatieve ontwikkeling; in dat perspectief klinken de woorden van de burgemeester niet meer dan logisch en bemoedigend. Toch mist er iets als ik rondloop op zo’n vers opgeleverd stukje Seoul Design – uitlaatgassen en energieverspilling daargelaten. Veel happige Koreanen komen er op af als vliegen op stront als er weer een luxueuze plek wordt geopend, maar voor mij en vele critici met mij klopt er iets niet. Het voelt alsof iemand me de hele tijd aankijkt met een neplach, terwijl ze een dienblad vasthoudt vol drollen met een gouden laagje eroverheen. Het is hetzelfde als die ene lunchroom die opeens opduikt op een plek dat een paar dagen nog een bouwval was. Zo’n plek waar als ik erlangs liep de hele dag het geluid klonk van persluchtnietmachines. Het blinkt, maar het is een glimmende triplexplaat tegen een oude muur. Waarom niet het karakter gebruiken van die oude muur? Nu is er in het geval van Seoul weinig karakter te vinden in de naoorlogse bouwpakketgebouwen, maar toch: is het niet veel Koreaanser om harmonie te zoeken met de natuur, met de eigen roots, om voort te borduren op de rijke historie in plaats van westerse cultuur in te kopen die in Korea geen enkele wortels hebben? Ik mis de oprechtheid. Zoals een criticus al zei over de fonteinen: “Er zijn twee manieren om van water te genieten: een Westerse en een Aziatische. In dat opzicht is een fontein een erg Westerse manier om van water te genieten. Koreanen vinden van oudsher dat water van boven naar beneden moet vloeien, anders gaat het tegen de natuur in.”

Dat is precies het mankement aan het denken van de (design)politici. Ze hebben dollartekens in hun ogen, ze zeggen zelfs letterlijk constant in interviews dat ze bij de beste ter wereld willen horen, willen concurreren en de wereld willen veroveren. En met succes, het volk is gebrainwasht door die dollartekens en doet vrolijk mee – niet voor niets is zowel in Seoul als landelijk een GNP-politicus aan de macht. Gretig proberen zij westerlingen te overtuigen door diens gedrag en cultuur te kopiëren. Dus niet alleen de neus en ogen moeten bij de plastisch chirurg verwesterd worden, ook de hele stad. Terwijl de strategie prima werkt voor buitenlandse organisaties die Seoul vervolgens belonen met titels als World Design Capital of recent ook de UNESCO City of Design, zien velen dat terecht als niets meer dan city-branding waar de inwoner het nakijken bij heeft. De geldhongerige politiek krijgt veel kritiek op zijn internationale marketingpolitiek dat de rijken rijker maakt en de armen het nakijken geeft. Design kán innoveren en om een positieve noot toe te voegen: de stad frist zeker op en meer en meer Koreaans talent krijgt de ruimte om iets relevants neer te zetten. Toch overheerst tot nog toe de pretentie. Als je rondloopt op zo’n willekeurig Seoul Design Super Green Plaza Park voel je dat. Koreaanse bescheidenheid maakt plaats voor hoogmoed en hebzucht; het wachten is op de volgende vijf zonden.

Op 8 december is de afsluitende bezinningsconferentie van Seoul Design Capital 2010. Experts zullen hun feedback op het afgelopen jaar geven. Ook de sociale en culturele waarde zal worden besproken.

Seoul Design Fair 2010
De jaarlijkse Seoul Design Fair: soms innovatief, soms zinloos, soms leuk, soms absurd, soms mooi, soms handig